Chris van Lenteren over ‘De kinderwet’ van Ian Mc Ewan

recensies-rubriek

141002_McEwanDe Kinderwet  
Ian Mc Ewan

Tot mijn schande moet ik bekennen dat dit mijn eerste Mc Ewan is. In al die, circa veertig lezersjaren, heb ik deze schrijver, van een inmiddels al groot oeuvre, geheel weten te negeren. Het enige van hem dat tot mij was doorgedrongen, was een film naar aanleiding van een van zijn romans, The cement garden. In mijn herinnering een
loodgrijze film. Ik begin dus, onbeschreven door zijn oeuvre, aan De kinderwet.

De roman vertrekt als een sneltrein, al op de tweede beschreven bladzijde zitten we midden in een razende  huwelijkscrisis van rechter Fiona Maye met haar man Jack.
Jack heeft haar zojuist uit de doeken gedaan dat hij voor het invallen van de winter van zijn leven, nog één keer een hartstochtelijke verhouding wil beleven en hij heeft ook al een kandidate gevonden. “Ik heb het nodig. Ik ben negenenvijftig. Dit is mijn laatste kans. Ik heb nog altijd geen bewijs gehoord van een leven na de dood” In deze, bijna beginselverklaring van de westerse man op de drempel van de testosteronschemer, karikaturiseert de schrijver Jack, en in de rest van de roman komt hij niet veel genuanceerder uit de verf, al toont hij zich helemaal op het eind van de roman plots een charmante lieverd.  Fiona is ten diepste gekrenkt en komt daar ook niet meer helemaal overheen.

Zo primair en briesend als Fiona op de gapende relatiekloof reageert die zich voor haar voeten opent, zo de rechtvaardigheid zoekend, zo eloquent en verfijnd opereert ze als rechter Fiona Maye. Ze brengt naar eigen zeggen redelijkheid in uitzichtloze situaties. Fiona Maye toont ons vanaf de eerste bladzijden een Januskop. Mc. Ewan heeft z’n research niet alleen grondig gedaan, hij is in staat om de wereld van de rechtspraak tot een aangelegenheid van mensen van vlees en bloed te maken. Een bijna woordelijk verslag van een rechtszaak, wordt in deze roman een spannend en invoelbaar en toch verheven meesterstuk.

Tussen de gecondenseerd beschreven rechtszaken door meandert een verhaal als een beekje dat in de loop van de roman aanzwelt tot een rivier die eindigt in een waterval. Rechter Fiona wordt geconfronteerd met een zaak van een jongen van bijna achttien, zoon van Jehova’s getuigen, die leukemie heeft. Het ziekenhuis spant de zaak aan omdat de jongen, gesteund door zijn ouders, de noodzakelijke behandeling weigert op religieuze gronden. Een simpele bloedtransfusie zou de kans op genezing sterk vergroten, zonder transfusie wacht een zekere dood. Dit blijkt een zaak die niet alleen de rechter in Fiona oproept, maar ook de moeder.
Muziek speelt een doorslaggevende rol voor Fiona in deze zaak zoals in haar gehele bestaan. Muziek lijkt in de roman de verbinding tussen gevoel en verstand. In een onorthodoxe actie onderbreekt Fiona de rechtszitting om een bezoek aan de jongen te brengen en het schimmige gebied te verkennen tussen socialisatie en de eigen wil. Bijna achttien is de jongen, nagenoeg handelingsbekwaam en kan hij medische behandeling weigeren. Maar hij kent geen andere wereld dan die van de Jehovagetuigen, dus hoe kan hij dan kiezen. Haar bezoek aan de jongen, een parel van vertelkunst, geeft Fiona door de mens tot mens ontmoeting de inspiratie tot een onverwachte uitspraak. Een uitspraak die zowel in het leven van de jongen als dat van Fiona onverwachte gevolgen krijgt.

De kinderwet leest ook als een ode aan onze beschaving. Er zijn momenten in de roman waarop ik als lezer een diepe dankbaarheid voel dat ik in dat deel van de wereld leef waar het recht op zo’n genuanceerde humane manier is gerealiseerd. Dat het recht ook krom kan trekken illustreert Mc. Ewan in een scene waarin Fiona met een collega Mark Berner een muziekstuk instudeert voor een kerst uitvoering. Mark zit vol van een zaak waar hij in betrokken is en waar volgens hem klassenjustitie aan de orde is, hij maakt dat zeer aannemelijk.

Muziek en poëzie, vaak gecombineerd in liederen, door grote componisten op muziek gezette gedichten, slaan in deze roman een brug tussen zeer verschillende werelden.

Uiteindelijk is het ook (de herinnering aan) muziek die Fiona en Jack  weer enigszins dichter tot elkaar brengt.

Mc. Ewan schreef een verfijnde, zeer Europese roman, die leest als een trein en misschien wel een dammetje opwerpt tegen springvloeden van platheid en rechteloosheid.

Chris van Lenteren