Chris van Lenteren over ‘Het bestand’ van Grunberg

recensies-rubriek

150319_GrunbergHet Bestand
Arnon Grunberg

Simpelweg meegesleurd, een middag en een avond. Beetje zoals met een achtbaan, je koopt een kaartje, stapt in en een paar minuten later sta je weer op de grond, je af te vragen wat er nou precies gebeurd is, zoiets.

We duiken in het hoofd, in het leven van een tamelijk onuitstaanbaar meisje Lillian, dat leeft op paprikachips en tomatensap met veel tabasco en verreweg de meeste tijd achter haar laptop doorbrengt. Behalve virtuele, heeft ze geen vrienden, maar dat zijn dan ook de beste vrienden dus wil ze verder alleen nog virtueel leven en afscheid van haar lichaam nemen. Ze zoekt een baan, ontwikkelt dikke billen waar ze verderop in het boek de namen van haar ouders op wil laten tatoeëren, “zo zal ik jullie nooit vergeten”. Ze legt contact met een vegetariër op het web, geeft zich uit voor een dertienjarige, en als ze weigert met hem mee te gaan dieren bevrijden, belandt ze in een duistere digitale interactie waarin de vegetariër haar via bedreiging en chantage zover krijgt dat ze zich ontkleedt voor de camera. Vervolgens weten een paar digitaal bevriende hackers wel raad met deze ambtenaar, die hij blijkt te zijn. Onder het motto “de enige goeie pedo is een dooie pedo”, bewerken ze met hackerstechnieken uiteindelijk zijn facebook site zodanig dat hij voor iedereen zichtbaar seksueel dwingend is naar een minderjarige. Vegetarische ambtenaar exit, rijdt tegen een boom, dood. Intussen is ze aangenomen bij een internet bedrijf dat gespecialiseerd is in (digitale)penetratie. Daar maakt ze kennis met een onvervalste lunatic die vijf katten heeft die hij later vermoord omdat ze geïnfiltreerd zijn door de vijand. Ondanks haar afkeer van menselijk lichamelijk contact, mag deze geniale weirdo haar scheenbeen strelen. Later raakt ze wat vertrouwder met de baas van de firma die op digitale wijze Christus in de wereld verwacht, als bestand, als malware en vervuld is van de strijd tegen de massamoord op dieren. De laatste woorden van de roman zijn” in elk systeem is de mens de zwakste schakel, zolang er mensen zijn zullen wij overal binnenkomen”.

We zijn dan 169 bladzijden verder en ik ben enigszins verdoofd en vraag me af wat ik nou eigenlijk heb gelezen. Heb ik een morele waarschuwing gelezen, voor de alomtegenwoordigheid van internet en het 24/07 online zijn? Grunberg als moralist, ik weet het niet. Heb ik een inktzwarte komedie ervaren die zich afspeelt in het digitale tijdperk? Was het een duister sprookje, met prinsen die kikkers blijven? Zoals ik Grunberg heb gelezen tot nu toe, schrijft hij genadeloos over de onmacht van mensenkinderen om beslissende invloed uit te oefenen op hun tijd, hun context. Over hoe we speelballen zijn, hoe de tijd die ons draagt en vormt en duisterder nog, hoe we in dat gevangen zijn, vooral ons eigen belang proberen na te streven. Het Bestand wordt bevolkt door opgeblazen eenzaten die allemaal uitvergrotingen zijn van types die we wel kennen. Om te beginnen Lilian zelf, uitvergroting van onze online pubers. En de techneut is geen gewone techneut maar een volstrekt mattaklappe nerd. De directeur van BClever is begaan met dierenwelzijn en zegt dingen als “ als ik koeien bij de slager zie hangen zie ik Joden hangen, als ik zie dat mensen een broodje rosbief eten dan eten ze wat mij betreft een broodje Jood, maar men vindt dat kennelijk ok”.

Ik moest aan de filmregisseur Ingmar Bergman denken die ooit gezegd schijnt te hebben, “als mensen de bioscoop verlaten na het zien van mijn film, hoop ik dat ze denken, in mijn leven valt het nog wel mee”. Ik vond Het bestand een boeiende bad trip en vond inderdaad dat het met de duisternis in mijn eigen leven nog wel meeviel.

 

Door Chris van Lenteren