Chris van Lenteren over Het gras van de nacht van Modiano

recensies-rubriek

 

 

Patrick ModianoHet gras van de nacht
Patrick Modiano

Laten we maar weer beginnen met een ontboezeming, dit is mijn eerste Modiano. Wat mij als eerste opvalt is de omvang van de roman. Modiano durft, in tijden van dikke turven, zomaar een roman van bescheiden omvang te schrijven. Hij kostte mij zegge en schrijve een koude grijze zondagmiddag, overigens het ideale decor om deze sfeervolle roman te nuttigen, dat is de beste houding om dit boek te lezen, nuttigen als een diner in een sterrenrestaurant.

Het is niet zo gemakkelijk iets te zeggen over deze roman. Het verhaal samenvatten helpt maar ten dele. De hoofdpersoon, de verteller, is een jonge schrijver die door de, vooral nachtelijke straten van Parijs wandelt, met zijn zwarte notitieboekje dat fungeert als een atemporeel instrument, in verschillende tijdperken tegelijk.

Een jonge vrouw die voor de verteller, de naam Dannie heeft, kruist zijn pad en neemt hem mee naar allerlei mysterieuze locaties, verschillende kamers in de stad, hotels en een groot huis honderd kilometer van Parijs. Het broeit rondom Dannie, ze bevind zich in obscuur gezelschap in het Hotel Unic in Parijs, waar de dagschuwe mannen in de lounge in versleten Chesterfields samenscholen.

Een rechercheur genaamd Langlais ondervraagd Jean over Dannie en haar louche makkers waardoor helder wordt dat hij niets van haar “donkere leven” weet. Jean weet sowieso niet zoveel van de mensen die hij ontmoet in zijn leven en vind er nog minder van. Hij luistert naar mensen en blijft volgens één van de figuranten “op de vlakte”. “Je moet geen oordeel hebben over de mensen van wie je houd”, citeert Jean een niet bij naam genoemde schrijver.

Jean brengt veel tijd door met Dannie, wandelt met haar door de stad, slaapt met haar in hotels en kamers en verblijft met haar in het grote huis in Feuilleuse “ la Barberie”, maar Modiano laat de aard van de relatie tussen Jean en Dannie in het midden.

Jean is een soort chroniqueur, die de tijd niet lineair meemaakt. Jean staat evenzogoed met zijn voeten in de tijd van de revolutie waar de guillotine zoeft als in de jaren zestig van de vorige eeuw en in onze dagen. Het is geen terugblikken wat Jean doet maar schakelen tussen de tijden die als lagen onder elkaar lijken te liggen en soms lopen zelfs droom en werkelijkheid in elkaar over.

Het gras van de nacht is vervult van melancholie, de donkere lege straten van Parijs zijn vaak nat, soms wit van de sneeuw en Jean zoekt ook wel eens de schaduw van de bomen in de Tuilerieën. Maar het is voornamelijk nacht.

Parijs is eigenlijk het belangrijkste personage van Het gras van de stad, de stad groeit en gloeit, is door herhaalde wandelingen een vertrouwde structuur, op ander momenten een labyrint, vormt een voortdurend veranderend decor, herbergt onder de nieuwbouw voor Jean, geschiedenissen die doorklinken.

Als Jean, rechercheur Langlais, op het einde van de roman weer tegen het lijf loopt, speelt deze hem zijn eigen afgesloten dossier toe. Daarin worden een aantal personages verhelderd. Ook Dannie krijgt wat meer reliëf maar uiteindelijk blijft de werkelijkheid raadselachtig.

Het gras van de nacht is een subtiele eigenzinnige roman die niet langs voorspelbare lijnen van a naar b verteld wordt maar gaandeweg de lezer bedwelmd.

 

Chris van Lenteren